Bezig met laden

Topografie oefenen met je klas op een blinde kaart van Nederland

Een blinde kaart van Nederland waarop je provincies, steden en water aanwijst. De hele klas kan tegelijk spelen, ieder kind op een eigen scherm, en daarna zie je op de kaart welke plekken de klas nog niet kent. Topo oefenen kan ook alleen, zonder account. Gratis en zonder reclame.

Zo werkt het

  1. Kies wat je oefent

    De provincies, de provinciehoofdsteden, de steden per landsdeel, het water, de rest, of alles door elkaar. De steden zijn verdeeld in noord en oost, west en zuid, zodat een ronde niet meteen over 61 namen gaat.

  2. Kies hoe er gevraagd wordt

    Bij aanwijzen staat er een naam boven de kaart en klik je waar die ligt. Bij benoemen licht een plek op en kies je uit vier namen. Flitsen is voor het bord: de klas roept de naam en jij laat hem zien.

  3. Wijs aan

    Waar ligt Zwolle? Klik je goed, dan komt de volgende vraag. Klik je mis, dan zegt de kaart wat je wel aanklikte en licht Zwolle op. Die vraag komt aan het eind van de ronde nog een keer terug.

  4. Oefen wat fout ging

    Na de ronde laat de kaart zien welke plekken goed waren en welke niet. Met één knop begin je een nieuwe ronde met alleen de plekken die misgingen.

Topo met de hele klas tegelijk

Een potje topo gaat zo: iedereen krijgt dezelfde vragen en wijst ze aan op een eigen scherm. Een leerling die is ingelogd met de klascode van de leerkracht, kiest op deze pagina voor met de klas. Vanaf twee kinderen telt de lobby af. Zit de leerkracht erbij, dan drukt die zelf op start.

Op het digibord staat per kind een balk die groeit met elk goed antwoord. Een foute klik zegt ook in een potje wat je aanklikte en waar het goede antwoord ligt. Wie wint, is wie de meeste goed heeft. Bij een gelijke stand wint wie het eerst klaar was.

Na afloop kleurt de kaart per plek naar hoeveel van de klas hem goed had. Dan zie je in één keer dat de provincies zitten en Zwolle en Lelystad nog niet. Dat is het nagesprek: niet wie er won, maar welke plekken morgen terug moeten komen. Een leerkracht die liever geen potjes heeft, zet samen spelen uit voor de klas.

Aanwijzen, benoemen of flitsen

Benoemen is herkennen: de plek licht op en de naam staat tussen vier namen, je hoeft hem alleen te kiezen. Dat is de stap voor wie de kaart nog niet kent. Het gaat helemaal met het toetsenbord, met de toetsen 1 tot en met 4.

Aanwijzen is de stap daarna. Nu staat alleen de naam er, en de plek moet je zelf vinden. Een fout is hier geen nul: je ziet wat je aanklikte, en je ziet waar het had moeten zijn. Oefen je alleen, dan komt de vraag aan het eind van de ronde terug, dus je krijgt meteen een tweede kans.

Flitsen is voor klassikaal op het bord. Een plek licht op, de klas zegt de naam, en met de spatiebalk verschijnt hij. Nog een keer spatie en de volgende plek licht op. Er wordt niets geteld: dit is voor het ophalen aan het begin van een les, niet voor een score.

Typen zit er niet in. Niemand zakt hier op een hoofdletter of op de spelling van 's-Hertogenbosch.

Welke namen erin zitten, en voor welke groep

De kaart vraagt de basislijst: de 100 namen in Nederland waar de methodes op de basisschool mee werken. Dat zijn 12 provincies, 61 steden met de provinciehoofdsteden erbij, 14 wateren zoals de IJssel, de Waal en de Oosterschelde, en 13 andere namen. Bij die laatste horen de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Veluwe en de Vaalserberg.

Groep 5 begint meestal bij de provincies en de hoofdsteden, groep 6 doet heel Nederland. Dat is het patroon dat de methodes delen, maar elke methode verdeelt de namen op een eigen manier. Kijk dus in je eigen methode welk deel deze weken aan de beurt is, en kies het stuk van de kaart dat daarbij hoort.

Wat de tool onthoudt, is wat je gekozen hebt: welk deel, welke stand en hoeveel vragen. De fouten van een ronde onthoudt hij niet tot de volgende les.

Veelgestelde vragen

Moet ik een account maken?

Nee. De kaart opent direct en topografie oefenen werkt zonder inloggen. Alleen voor samen spelen met de klas loggen de leerlingen in met de klascode van hun leerkracht.

Welke topografie hoort bij groep 5 en groep 6?

Meestal beginnen de provincies en de provinciehoofdsteden in groep 5, en komt heel Nederland in groep 6. Methodes verschillen in de volgorde, dus kies het deel dat je methode nu behandelt.

Welke plaatsen zitten erin?

De 100 namen van de basislijst voor Nederland: 12 provincies, 61 steden met alle provinciehoofdsteden, 14 wateren en 13 andere namen, zoals Texel, de Afsluitdijk en de Veluwe. Er zit geen eigen keuze van grote steden tussen: wat de methodes vragen, vraagt de kaart.

Hoe spelen we topo samen met de klas?

De leerlingen loggen in met de klascode van hun leerkracht, openen deze pagina en kiezen voor met de klas. Vanaf twee kinderen telt de lobby af en krijgt iedereen dezelfde vragen. Na afloop kleurt de kaart per plek naar hoeveel van de klas hem goed had.

Moet een leerling de naam goed spellen?

Nee. Er wordt niets getypt: bij aanwijzen klik je op de kaart, bij benoemen kies je uit vier namen. Het gaat om weten waar iets ligt, niet om de spelling.

Werkt het op een digibord of een tablet?

Ja. Aanwijzen is tikken op de kaart, met een vinger of een pen. Een stad heeft een raakvlak dat ruimer is dan de stip, zodat je hem ook op een klein scherm raakt.

Waar komt de kaart vandaan?

De provinciegrenzen komen uit open data van het CBS, het land en de grote wateren uit Natural Earth, en de kleinere wateren uit OpenStreetMap (© OpenStreetMap-bijdragers). Gebieden zonder vaste grens, zoals de Veluwe en Twente, zijn met de hand getekend.

Kost topografie oefenen geld?

Nee. Oefenen is gratis en er staat geen reclame bij. Samen spelen met je klas hoort bij een klas van een school met een schoollicentie.

Andere tools

© 2026 ReppiloAlgemene voorwaardenPrivacyCookies