Adaptief oefenen: zo werkt oefenniveau
In Reppilo oefent een leerling in een klas op zijn eigen oefenniveau. Hij gaat vanzelf omhoog als hij de opgaven goed en vlot kan, en een niveau terug als het te vaak misgaat. De leerkracht ziet in één raster wie waar staat.
Wat de leerling doet, en wat de leerkracht ziet
Een leerling logt in met de code van zijn klas en oefent de tafels, sommen, de klok of werkwoorden. Hij krijgt een ronde op zijn eigen oefenniveau, met een balkje dat laat zien hoe ver hij is. Rekenwerk ziet de leerling niet: alleen waar hij staat en wat het volgende stapje is.
De leerkracht ziet in het klasraster per leerling het oefenniveau van elke vaardigheid. De kleur zegt hoe dat zich verhoudt tot wat de klas nu hoort te kunnen. Een klokje staat bij een leerling die de opgaven goed maar nog niet vlot maakt: die leerling heeft tempo nodig, geen nieuwe uitleg.
Tik op een leerling en je ziet waarom hij daar staat: hoeveel van de laatste opgaven goed waren, wat er nodig is om omhoog te gaan, en wanneer hij omhoog of omlaag ging.


De regel
Dezelfde regel geldt voor elke vaardigheid en elke leerling. Alleen de tijdnorm verschilt per oefenniveau. Die staat in de tabellen hieronder.
- Omhoog: van de laatste 20 antwoorden op een oefenniveau zijn er 18 goed, en de leerling antwoordt gemiddeld sneller dan de tijdnorm van dat oefenniveau.
- Omlaag: zijn er van de laatste 20 antwoorden minder dan 12 goed, dan oefent de leerling een oefenniveau lager. Nooit na één slechte ronde.
- Een leerling die nieuw is, mag de eerste keer al na 10 antwoorden omhoog, met 9 goed. Zo staat hij snel op zijn plek.
- Elke ronde herhaalt ook wat eronder ligt: hoogstens 25 procent van de vragen komt van een lager oefenniveau, en die tellen gewoon mee.
- Kiest een leerling zelf wat hij oefent, dan blijft het oefenniveau staan. Wat hij daar fout had, komt in zijn volgende rondes wel vaker terug.
De oefenniveaus per vaardigheid
Elk oefenniveau heet naar wat de leerling erop oefent. Bij elk staat wanneer een antwoord vlot is, of er een diploma bij hoort, en aan het eind van welk leerjaar het curriculum het verwacht. Kies het land van je school.
Een diploma komt als een leerling zelf omhoog gaat vanaf het oefenniveau met het diploma. Niet als hij daar aankomt, en niet als een leerkracht hem erboven zet.
Tafels
| Oefenniveau | Wat de leerling oefent | Vlot is sneller dan | Verwacht aan het eind van |
|---|---|---|---|
| 1 | Tafels van 1, 2 en 10 | 5 seconden | Groep 4 |
| 2 | Tafels van 3 en 5 | 5 seconden | Groep 4 |
| 3 | Tafel van 4Diploma | 5 seconden | Groep 4 |
| 4 | Tafels van 6 en 9 | 5 seconden | Groep 5 |
| 5 | Tafels van 7 en 8 | 5 seconden | Groep 5 |
| 6 | Alle tafels door elkaarDiploma | 5 seconden | Groep 5 |
| 7 | DeeltafelsDiploma | 5 seconden | Groep 6 |
| 8 | Keer en delen met nullen | 6 seconden | Groep 6 |
Optellen en aftrekken
| Oefenniveau | Wat de leerling oefent | Vlot is sneller dan | Verwacht aan het eind van |
|---|---|---|---|
| 1 | Splitsen | 4 seconden | Groep 3 |
| 2 | Tot tien | 4 seconden | Groep 3 |
| 3 | Springen tot 100 | 5 seconden | Groep 4 |
| 4 | Over de tien | 5 seconden | Groep 4 |
| 5 | Tot honderd | 5 seconden | Groep 4 |
| 6 | Over het tiental | 5 seconden | Groep 4 |
| 7 | Tot duizend | 6 seconden | Groep 5 |
Klokkijken
| Oefenniveau | Wat de leerling oefent | Vlot is sneller dan | Verwacht aan het eind van |
|---|---|---|---|
| 1 | Hele uren | 6 seconden | Groep 3 |
| 2 | Halve uren | 6 seconden | Groep 4 |
| 3 | KwartierenDiploma | 8 seconden | Groep 4 |
| 4 | Vijf minuten | 8 seconden | Groep 5 |
| 5 | Op de minuut | 10 seconden | Groep 5 |
| 6 | Digitaal erbijDiploma | 10 seconden | Groep 5 |
| 7 | Hoe lang duurt het | 20 seconden | Groep 6 |
Werkwoordspelling
| Oefenniveau | Wat de leerling oefent | Vlot is sneller dan | Verwacht aan het eind van |
|---|---|---|---|
| 1 | Ik loop, jij loopt, hij loopt | 10 seconden | Groep 6 |
| 2 | Hij werkt: met een t | 12 seconden | Groep 6 |
| 3 | Werk jij? Zonder tDiploma | 12 seconden | Groep 6 |
| 4 | Verleden tijd: werkte | 15 seconden | Groep 7 |
| 5 | Voltooid: heeft gewerktDiploma | 15 seconden | Groep 7 |
| 6 | Sterke werkwoorden: liep, gelopen | 15 seconden | Groep 8 |
| 7 | Alles door elkaarDiploma | 15 seconden | Groep 8 |
Speelvormen: wat kan waar, en wat telt mee
Een tool gebruik je alleen of samen. Alleen heeft drie vormen, want wat er telt, hangt af van wie er inlogt. Samen speelt de klas een potje tegen elkaar, en bij vier op een rij daagt een leerling een klasgenoot uit.
Wat kan waar
Elke tool kun je alleen gebruiken, ook zonder account. Dit zijn de tools die meer kunnen.
| Tool | Op oefenniveau | Samen | Klasgenoot uitdagen |
|---|---|---|---|
| Werkwoordspelling | |||
| Tafels oefenen | |||
| Sommen oefenen | |||
| Klokkijken | |||
| Topografie | |||
| Vier op een rij | |||
| Typerace |
Wat telt waarvoor
| Speelvorm | Punten | Oefenniveau | Wat de leerling hierna oefent | Raster per som |
|---|---|---|---|---|
| Alleen, zonder in te loggen | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Alleen, je eigen keuze | Ja | Nee | Ja, als Reppilo de ronde uitdeelde | Ja, als Reppilo de ronde uitdeelde |
| Alleen, op je oefenniveau | Ja | Ja | Ja | Ja |
| Samen | Ja | Nee | Ja, op een tool met een oefenniveau | Ja, herkenbaar als klasspel |
| Klasgenoot uitdagen | Ja | Nee | Nee | Nee |
- Wie zelf antwoordt, spaart punten, leerling of leerkracht. Wie meekijkt, spaart niets.
- Wat de leerling hierna oefent: een opgave die hij de laatste keer fout had, komt in de volgende ronde vaker terug.
- Een potje samen telt niet voor het oefenniveau. De leerkracht kiest wat er gespeeld wordt, en iedereen krijgt hetzelfde, anders is het geen eerlijke race.
Wat een oefenniveau niet is
Een oefenniveau is geen toets en geen Cito-score. Het zegt waar een leerling nu oefent, niet wat hij op één vaste dag kan. Het gaat ook niet naar het leerlingvolgsysteem van de school.
Een leerkracht kan een leerling of de hele klas op een ander oefenniveau zetten. De leerling begint daar opnieuw te tellen en krijgt er geen diploma voor. Daarna neemt de regel het weer over.
Wat er met de gegevens gebeurt
Per antwoord bewaart Reppilo de opgave, of die goed was en hoe lang het kind erover deed. Daaruit komt het oefenniveau. Na een jaar gaan die antwoorden weg, zodat een kind zijn oude fouten niet jaren meedraagt. Het oefenniveau zelf blijft staan.
Veelgestelde vragen
Moet een leerling een account hebben?
Een leerling oefent op zijn oefenniveau als hij inlogt met de code van zijn klas. Zonder in te loggen kan iedereen de tools gebruiken, maar dan is er geen oefenniveau en bewaart Reppilo niets.
Waar begint een nieuwe leerling?
Een nieuwe leerling begint op wat het vorige leerjaar aan het eind verwacht, in het land van de school. Zonder leerjaar begint hij onderaan. De eerste keer mag hij sneller omhoog, zodat hij snel op zijn plek staat.
Waarom gaat een leerling met bijna alles goed niet omhoog?
Omdat het ook vlot moet gaan. Een leerling die de opgaven goed maar traag maakt, kent ze, maar nog niet uit het hoofd. Dan helpt oefenen op tempo, en geen nieuwe uitleg. De leerkracht ziet dat aan een klokje in het klasraster.
Kan een leerkracht het oefenniveau zelf zetten?
Ja, voor één leerling of voor de hele klas. De leerling begint daar opnieuw te tellen en krijgt er geen punten of diploma voor. Daarna gaat hij weer vanzelf omhoog of omlaag.
Telt samen spelen mee voor het oefenniveau?
Nee. Bij een potje samen kiest de leerkracht wat er gespeeld wordt, en iedereen krijgt hetzelfde. Wat een leerling daar fout had, komt in zijn eigen rondes wel vaker terug.
Wat kost het?
Het oefenen zelf kost een leerling niets. Het inzicht voor de leerkracht, zoals het klasraster en waarom een leerling ergens staat, hoort bij de schoollicentie.

